Filosofie van de levenskunst

Antieke en moderne filosofie

van de levenskunst

en existentiële filosofie

Levenskunst begint met de spreuk Gnothi Seauton op de Apollotempel te Delphi; sporen van dit heiligdom gaan terug tot 1600 jaar vC. De eerste tekenen van deze wijsheidstraditie wijzen op de verering van de godin van de vruchtbaarheid, in de gedaante van een reusachtige slang…

‘Gnothi Seauton’ betekent letterlijk: ken u zelve! De spreuk roept de mens op zelfkennis te ontwikkelen als basis voor mens-zijn. Het woord ‘gnothi’ is afgeleid van gnosis: Kennis van het zelf als poort voor kennis van het al. De antieke filosofische sleutel voor levensgeluk!


Klassieke levenskunst: Mens, ken u Zelve!

de herberg

de herberg

In verschillende culturen komen we het mythische motief tegen hoe goddelijke krachten van het licht – zoals Apollo in de Griekse mythologie – de aardse en vrouwelijke krachten van chaos, duisternis en vruchtbaarheid overwonnen. Aan het licht – en (zelf)kennis motief van Apollo werd de tempel van Delphi als heiligdom gewijd. Hij werd de stralende genoemd: waar Apollo komt wordt het licht! Hij is de God die in zijn wagen met vierspan langs het firmament rijdt en zo het grote geheel overziet. Zijn blikveld reikt tot over de horizon en daarom kan hij ook de toekomst voorzien. Licht en (in- door– en over-)zicht spelen een belangrijke rol in diens verering in Delphi. Wie de Apollotempel bezocht om raad te vragen inzake zware beslissingen en lastige kwesties, ging onder een poort door met de woorden: Gnothi Seauton. Die spreuk roept ieder mens op tot zelfkennis en wordt door de filosofen uit de oudheid veel aangehaald!

De oude Griekse scholen van de levenskunst – het Scepticisme en het Hedonisme (Epicurisme), de leer van de Cynici en de Stoïcijnen – evenals de scholen van Plato en Arisoteles bouwen voort op de mythische verhalen. Zij geven invulling aan de wijsheidsspreuk over het belang van zelfkennis.

Gnosis is geen abstracte kennis maar levenswijsheid: geestelijke en fysieke oefeningen, morele en praktische leefregels teneinde meesterschap in het leven te verwerven. Vooral van belang vormt het gegeven niet zomaar ‘de wil van de goden’ te gehoorzamen – waarover de mythen ons vertellen – maar de levensreis af te stemmen op het innerlijk kompas. Doel daarbij is angst – voor de dood en voor de macht der goden – in het leven te overwinnen en gemoedsrust en levensgeluk te bereiken.

Afstemmen op het innerlijk kompas

Speelfiguur uit Mens, ken je zelf op een Weg van de hand

Speelfiguur uit Mens, ken je zelf op een Weg van de hand

Het ‘innerlijk kompas’ is een metafoor uit de filosofie van de levenskunst. In zijn ‘persoonlijke notities’ beschreef de Romeinse keizer Marcus Aurelius (121-180) hoe afstemming op het innerlijk kompas hem gelukkig maakt. Die morele oefening leert hem het leven welwillend tegemoet te treden en het ten volle te aanvaarden. Diens filosofische visie staat bekend als ‘stoïcijns’. In oorsprong staat de stoïcijnse levenshouding voor het streven levensgeluk (eudaimonia) te bereiken langs de weg van onverstoorbaarheid (ataraxia) en ‘amor fati’ – de liefde voor het levenslot. Al door Plato werd de metafoor van de ‘innerlijke stuurman’ gebruikt om dit ideaal te realiseren.

De antieke levenskunst beschrijft een vrijmoedige manier van spreken (parrèsia) en leven, zonder krampachtig vast te houden aan wensen en ideaalbeelden. Een levenshouding die ongeluk en pijn afwijst, maakt dat mensen direct van slag zijn als het leven met onverwachte wendingen en tegenslag komt. Een open houding en vrij gemoed, waarin men zich niet direct door emoties en meningen over de dingen laat meeslepen, geeft rust en maakt gelukkig. “Niet de dingen zelf maken de mensen van streek, maar hun denkbeelden erover.”, aldus Epictetus (55-125) in zijn beroemde geschrift over levenskunst, het Encheiridion (letterlijk ‘in de hand passend’). Een vrije verhouding tot emoties en gedachten leidt tot gemoedsrust, het ware levensgeluk. Zo gaven de oude Grieks en Romeinse filosofen grondregels en oefeningen voor het goede leven ofwel de vita beata…

Autonomie, authenticiteit en vervreemding

In de Renaissance was er een opleving van het antieke humanisme. Steeds meer is dit gedachtegoed van gnosis en praktische levenskunst in de Moderne tijd vanaf 1600 ondergronds gegaan onder invloed van dominante opvattingen van Christendom en Rationalisme. De filosofische weg van autonomie en inzicht in de natuurwetten is slechts voor weinigen weggelegd, zo betoogde de kritische Joods-Hollandse denker Spinoza in de 17e eeuw. In zijn Tractaat over de Verbetering van het verstand blies hij in het antieke ideaal van levenskunst nieuw leven in met zijn filosofisch onderzoek of er ook iets bestond wat een waarachtig goed was, dat men deelachtig zou kunnen worden en waardoor … ik … eeuwig een gestadige en hoogste blijheid zou genieten.


Moderne Levenskunst: word wie je bent!

de draad vaan Ariadne

de draad vaan Ariadne

Filosofen van de Verlichting- zoals Descartes, Spinoza en Kant – schreven over het belang van de ontwikkeling van redelijke vermogens. Dat vormde de grondslag voor alle wetenschappelijke en maatschappelijke ontwikkeling, zo schreven zij in hun methodische handboeken.

Waar het rationalisme vooral de waarde van het redelijke inzicht stelt tegenover irrationele angsten, begeerte en belangen, daar kantelde het perspectief in de Romantiek. Er ontstond door filosofen en wetenschappers in het spoor van de meesters van de achterdocht – Darwin, Freud en Nietzsche – inzicht in de schaduwkanten van het bestaan. Werkelijke verlichting sluit ook ons gevoel in en ons lichaam!

Authenticiteit en afstemming op het innerlijk kompas

Vooral in de Romantiek dringt het besef door van een verbondenheid van de mens met een groter geheel, met de natuur en met een culturele gemeenschap. Zo geeft bijvoorbeeld Kierkegaard zijn visie over drie stadia van de levensweg die een mens kan doorlopen. Van een esthetische fase, waarin de mens gericht is op puur genieten; naar een ethische fase, waarin de mens zich bewust wordt steeds te moeten kiezen in het leven en hoe elke keuze morele consequenties heeft, voor zichzelf en anderen; tot het derde religieuze stadium waarin de mens gehoor geeft aan de roeping de eigen bestemming in het leven te vinden.

Moderne filosofen van de levenskunst voegen inzichten toe: Zij verleggen de focus van amor fati – liefde voor het levenslot – naar authenticiteit van de mens als individu. De existentiefilosofen, Kierkegaard en Nietzsche, Heidegger en Sartre, wijzen op een ander ijkpunt op de weg van menswording. Om waarlijk mens te zijn is het nodig trouw aan zichzelf te zijn, in plaats van een algemene ´natuur´ te volgen. De afstemming op het innerlijk kompas is een toetsing aan de eigen waardenoriëntatie.


Existentiële filosofie

Kritische filosofen uit de 20e eeuw gaan nog een stap verder: zij hekelen de (neoliberale) uitholling van menselijke waarden in de manier waarop we het arbeidsbestel en de samenleving organiseren. Die leidt tot (zelf)vervreemding: ten diepste vervreemdt de mens zich van het meest eigene, het mens-zijn, het innerlijk kompas. Dit gebeurt wanneer men het gezag over goed en kwaad, het stellen van de leefregels aan een externe autoriteit overdraagt: of dit nu aan een God of de koning is, of aan de anonieme regels, procedures en protocollen, die het huidige (werk)leven dicteren. Het ideaal van de trouw aan zich zelf is door existentiële en humanistische filosofen en psychologen krachtig verwoord.

één van de acht geluksprincipes

één van de acht geluksprincipes

Sartre is daarin het meest uitgesproken met zijn notie van de kwade trouw: het omarmen van de vrijheid heeft als consequentie dat men de eigen verantwoordelijkheid niet kan ontlopen. Tegelijkertijd is er angst voor de vrijheid (Fromm) en de neiging ervoor weg te lopen. Bijvoorbeeld door te stellen dat ‘men nu eenmaal zo moest handelen omdat een autoriteit – de kerk, het werk, de wet – het zo wil’. Dergelijke manieren de verantwoordelijkheid als mens van zich af te schuiven en zich te verschuilen achter anderen, ‘de organisatie’ of ‘het systeem’, zijn vormen van ‘kwade trouw’. Ieder mens heeft altijd – in filosofisch-ethische zin – een eigen antwoord te geven, zich verantwoordelijk te tonen en zo de vrijheid te realiseren door authentiek te leven!

De existentie gaat vooraf aan de essentie…. De mens is niets anders dan wat hij van zichzelf maakt. Dat is het eerste beginsel van het existentialisme.

Jean Paul Sartre, Frans filosoof (1905 – 1980)